Reverse Archaeology als aanbeveling voor integrale gebiedsontwikkeling
De crisis raakt de gebiedsontwikkeling in de vastgoedsector en de gemeentelijke grondbedrijven hard. In veel projecten stagneert de voortgang en staat de samenwerking tussen publieke en private partijen onder druk. De meest recente publicatie van TU Delft over duurzame gebiedsontwikkeling levert een handreiking. Het toevoegen van een historische identiteit aan de planontwikkeling doormiddel van de Reverse Archaeology-methode©, ontwikkeld door The Missing Link, is daarbij één van de aanbevelingen.
De oorzaken van de crisis zijn divers. In vrijwel alle vastgoedsegmenten (kantoren- en bedrijvenmarkt, winkelsector, woningbouw) treedt vraaguitval op. Voor de komende jaren wordt een bouwproductie voorzien van ca. 55.000 nieuwbouw woningen per jaar. Daarnaast is het lastiger om projecten gefinancierd te krijgen, zowel aan publieke als private zijde. Gemeenten lijden onder fors teruglopende inkomsten in de grondexploitaties en zien zich gedwongen fors af te boeken op posities. Grootschalige voorinvesteringen in gebiedsontwikkelingen zijn nog slechts incidenteel mogelijk. De oude manier van plannen en ontwerpen voldoet niet meer; de marktomstandigheden vragen om een nieuwe manier van planontwikkeling.
Toch is het niet alleen maar kommer en kwel. De crisis biedt ook kansen. Met name voor de consument. Alle betrokken partijen hebben hun aandacht nu gericht op waardevermeerdering van de bestaande omgeving.
Prof. mr Friso de Zeeuw, Praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft, geeft in de onlangs verschenen publicatie ‘Duurzame Gebiedsontwikkeling: doe de tienkamp’ handreikingen voor duurzame gebiedsontwikkeling. De publicatie is opgesteld door de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft in samenwerking met H2 Ruimte.
De handreiking is tot stand gekomen na bestudering van concrete projecten, literatuurverkenning en rondetafelgesprekken met professionals uit de praktijk van duurzame gebiedsontwikkeling. De inzichten, lessen en goede voorbeelden hieruit vormen de basis voor de inhoud. De handreiking staat een pragmatische bottumup-aanpak voor. Locatiespecifiek ingevuld door mensen die vooral zelf goed nadenken – de essentie van duurzaam handelen. De handreiking helpt hierbij door vier principes aan te reiken, die ruimte laten voor eigen invullingen, prioriteiten en keuzes. De bekende Triple P van people, planet en profit worden gecombineerd met de kenmerken van het begrip ruimtelijke kwaliteit: gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Betaalbaarheid en haalbaarheid zijn andere belangrijke sleutelbegrippen. De inzet is een gebiedsontwikkeling met een onderscheidende identiteit, die mensen aanspreekt.
De handreiking richt zich op alle bestuurders en professionals van publieke en private partijen, die betrokken zijn bij vastgoed- en gebiedsontwikkeling en daarbij te maken krijgen met duurzaamheid. Dat zijn mensen bij gemeenten en provincies, maar ook bij waterschappen, andere overheden, adviesbureaus, projectontwikkelaars, woningcorporaties, beleggers en financiers.
Bij duurzame gebiedsontwikkeling speelt een groot aantal onderwerpen een rol. Geïnspireerd door en gebaseerd op de Green Score Card, die Bouwfonds Ontwikkeling (2009) hanteert voor duurzame gebiedsontwikkeling in het ruimtelijk domein, worden thema’s onderscheiden, die in bijna alle gebieden een rol spelen: Bodem, Water, Stedelijk groen, Natuur en landschap, Energie, Mobiliteit en transport, Gezondheid en veiligheid, Gebiedshistorie en identiteit, Transformatie en ruimtegebruik, Economische vitaliteit, Flexibiliteit, Sociale vitaliteit en Beheer.
Voor het thema ‘Gebiedshistorie en identiteit’ is het van belang dat de eigenheid van gebieden herkenbaar is. Dat kunnen stedenbouwkundige en/of landschappelijke structuren zijn, maar ook karakteristieke bebouwing. Behoud en/of herstel van historische structuren draagt hieraan bij. Ook de aanwezigheid van archeologie is te gebruiken. Om de identiteit vorm en inhoudte geven zijn eigentijdse iconen te gebruiken, die zorgen voor betrokkenheid en binding.
Cultureel erfgoed bijvoorbeeld heeft naast een educatieve, recreatieve en sociale waarde ook een economische waarde. Door toepassing van de door The Missing Link ontwikkelde methode Reverse Archeology© zijn archeologie en gebiedsontwikkeling op een positievere manier samen te brengen.
Archeologische waarden maken hierbij vanaf het begin onderdeel uit van het planologisch ontwerp. In een vroeg stadium wordt in kaart gebracht welke geschiedenis de nieuwe gebruikers graag terugzien in hun leefomgeving. Het gebruiksdoel van historisch materiaal in de bodem en de kennis daarover staat voorop. Wat levert de archeologische informatie op voor de gemeente, de ontwikkelaar, de bevolking? Mits goed ingepast en beleefbaar gemaakt, kan archeologie voor een gebiedsontwikkelaar een onderscheidend verkoopargument zijn. Voor ondernemers (bijvoorbeeld horeca) kan het een aanvullende bron van inkomsten zijn, bijvoorbeeld uit toerisme en recreatie. Een voorbeeld is Greenpark Venlo, waar onder meer oeroude grafheuvels, een wallensysteem en een veekraal een plaats krijgen in het stedenbouwkundig ontwerp.
Meer informatie over onze methode Reverse Archaeology vindt u op site. U kunt ook contact opnemen met Thessa Fonds (t.fonds@the-missinglink.nl) voor meer informatie.
De publicatie van TU Delft kunt u hier downloaden.

